X ontvangt voor 2021 een aanslag waterschapsbelasting voor de woning van A, met wie zij al sinds de jaren ‘80 een gezamenlijke huishouding voert. X is het niet eens met de aanslag omdat de aanslagen tot 2021 op naam van A waren gesteld. Het bezwaar van X wordt afgewezen.
Hof Amsterdam vernietigt de aan X opgelegde aanslag waterschapsbelasting, omdat de aanslag ten onrechte op haar naam is gesteld. De heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht kan namelijk niet uitleggen waarom is afgeweken van de voorkeursvolgorde en de aanslag niet aan A is opgelegd, net als in de voorgaande jaren. Het hof overweegt nog wel, gezien het ‘lood om oud ijzer-gehalte’, om de aanslag te handhaven, maar doet dat dus uiteindelijk niet.
Wetingang:
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingen van lagere overheden
Editie: 5 november
Informatiesoort: VN Vandaag