Het kabinet schrapt met name kostensoorten waarvoor al andere mogelijkheden voor (gedeeltelijke) vergoeding bestaan. Daarnaast stelt het kabinet voor om kostenposten te laten vervallen die vaker voorkomen bij mensen zonder chronische ziekte of beperking en waarbij het gaat om kosten die relatief vaker eenmalige of incidentele kosten zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om steunzolen, (reis)vaccins en tandartskosten. Kostenposten die onder alternatieve geneeswijzen vallen, laat het kabinet ook vervallen, zoals behandeling door de osteopaat of chiropractor, en homeopathische geneesmiddelen.
Aftrek blijft bestaan voor onder meer voorgeschreven medicijnen die niet worden vergoed, vervoers- en dieetkosten, extra kosten voor kleding en beddengoed, hulpmiddelen, gezinshulp en ziekenbezoek.
Het kabinet richt de ASZ sterker op structurele meerkosten wegens chronische ziekte of beperking. Voorgesteld wordt om de lage drempel te verhogen van 1,65% naar 1,7% en de hoge drempel van 5,75% naar 6,5%. De vaste drempel van € 166, of € 332 voor fiscale partners, blijft ongewijzigd.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Editie: 5 november
Informatiesoort: VN Vandaag