Belanghebbende, X, neemt verplicht deel aan het International Ship Officers Retirement Plan (IRT) van zijn werkgever. X draagt 1% van zijn brutosalaris af, terwijl de werkgever een leeftijdsafhankelijke bijdrage stort in een trustfonds op Bermuda. In geschil is of de werkgeversbijdrage van € 7612 terecht tot het fiscale loon in 2018 van X is gerekend en of de waarde van het IRT in box 3 valt op 1 januari 2018.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in navolging van de rechtbank dat er sprake is van een fiscale aanspraak omdat X een juridisch afdwingbaar recht heeft op uitkeringen bij pensionering. Omdat het IRT niet als pensioenregeling wordt gekwalificeerd, is de omkeerregel niet van toepassing. De werkgeversbijdrage wordt dus terecht tot het loon gerekend. De waarde van het IRT behoort tot de grondslag van box 3 op 1 januari 2018 en bedraagt € 6936. Het hoger beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 1.7
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.82
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13A
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting, Pensioenen, Loonbelasting
Editie: 5 november
Informatiesoort: VN Vandaag