De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft het standpunt over de herroepelijke schuldigerkenning uit vrijgevigheid en box 3 verduidelijkt. Dit heeft zij gedaan door toe te voegen dat het achterwege laten van de zakelijkheidstoets voor reguliere voordelen bij een rente van 6% enkel geldt in situaties zoals beschreven in het standpunt (V-N 2026/42.3).

De Kennisgroep maakt duidelijk dat het gaat om situaties waarbij art. 10 SW 1956 op een schuldigerkenning uit vrijgevigheid van toepassing kan zijn. Daarbij wordt meegegeven dat niet de bedoeling is om de indruk te wekken dat een rente van 6% voor alle vorderingen en schulden tussen gelieerde personen als een zakelijke rente wordt gezien. In dat verband kan gedacht worden aan familieleden.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.25

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.26

Successiewet 1956 artikel 1

Successiewet 1956 artikel 10

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Erfrecht

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 4 november

Informatiesoort: VN Vandaag

36

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen