X dient een aangifte IB/PVV 2016 in en neemt bezittingen op in box 3 die in totaal € 21 miljoen bedragen. Na bezwaar sluiten X en de inspecteur een compromis waardoor een schuld van € 2,5 miljoen alsnog wordt opgenomen in box 3. Het compromis bepaalt dat het bezwaar over de box 3-heffing in het kader van de massaalbezwaarprocedure in stand blijft. In 2023, ruim een jaar na het verstrijken van de vijfjaarstermijn, dient X een verzoek tot ambtshalve vermindering in. De inspecteur wijst dit verzoek af.
Hof Amsterdam oordeelt dat X het verzoek tot ambtshalve vermindering ruim een jaar te laat heeft ingediend en niet aannemelijk maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2026 (ECLI:NL:HR:2026:451, V-N 2026/14.19), over het vertrouwensbeginsel bij inhoudelijke beoordeling is niet van toepassing. Termijnoverschrijding bij ambtshalve vermindering vormt namelijk een afwijzingsgrond en leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. De inspecteur mag in beroep de afwijzingsgrond wijzigen. Het compromis bevat geen bepaling die de vijfjaarstermijn opzijzet. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.6
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 65
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 3 november
Informatiesoort: VN Vandaag