Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X BV geen recht heeft op BTW-teruggaaf. Uit de door haar overgelegde stukken blijkt niet dat tussen haar en de paardensportbond van Qatar mondeling de levering van bepaalde diensten tegen vergoeding is overeengekomen.

X BV is opgericht in 2013 en houdt zich bezig met de handel in paarden en activiteiten gerelateerd aan de paardensport. De enig aandeelhouder van X BV houdt de aandelen in zijn hoedanigheid van president van de paardensportbond van Qatar. In 2013 ontvangt X BV meerdere betalingen van de bond. In 2015 sluiten X BV en de bond een sponsorovereenkomst waarin X BV sponsorrechten verleent en zorgt voor training en ondersteuning van ruiters en paarden. X BV vraagt over 2013 voorbelasting terug van de op diverse inkoopfacturen in rekening gebrachte BTW. De inspecteur is van mening dat de in rekening gebrachte kosten niet rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met concrete door X BV aan anderen geleverde prestaties onder bezwarende titel en dat geen recht bestaat op aftrek van de voorbelasting. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het beroep ongegrond.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X BV geen recht heeft op BTW-teruggaaf. Uit de door haar overgelegde stukken blijkt niet dat tussen haar en de paardensportbond van Qatar mondeling de levering van bepaalde diensten tegen vergoeding is overeengekomen. Het hof overweegt dat de omschrijving van de betalingen eerder duiden op vermogensverstrekking dan op de tegenprestatie voor een bepaalde dienst. Ook is het, gezien de kennelijk hoge waarde van de gestelde dienstverlening, bevreemdend dat X BV in 2013 geen factuur voor enige door haar verleende dienst heeft geschreven. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 17

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 3 november

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen