Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de beroepen van X BV tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting niet-ontvankelijk zijn. X BV houdt vóór het instellen van de beroepen op te bestaan en kan als niet-bestaande vennootschap geen rechtshandelingen verrichten.

De inspecteur legt aan X BV naheffingsaanslagen omzetbelasting op over de tijdvakken 2017 tot en met 2020. Op 1 augustus 2023 ondergaat X BV een turboliquidatie en schrijft de Kamer van Koophandel haar uit. De bezwaarprocedure loopt op dat moment nog. De inspecteur verklaart de bezwaren daarom niet-ontvankelijk, vernietigt ambtshalve de naheffingsaanslag over 2020 en maakt een teruggaafbeschikking. De gemachtigde van X BV stelt vervolgens op 24 februari 2025 namens X BV beroep in. In geschil is of X BV als ontbonden vennootschap ontvankelijk beroep kan instellen tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat zowel bij een rechtsgeldige turboliquidatie als in het scenario waarin X BV na ontbinding in liquidatie blijft, X BV ophoudt te bestaan vóór het instellen van de beroepen. Daarbij overweegt de rechtbank dat een eventuele verlaging van de schuldenpositie door vernietiging van naheffingsaanslagen geen bate vormt in de zin van art. 2:19 BW, waardoor X BV niet kan worden geacht nog in liquidatie te zijn. De rechtbank oordeelt dat een niet-bestaande vennootschap geen kan rechtshandelingen verrichten en dus geen beroep instellen en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.6

Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 19

Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 23C

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Fiscaal ondernemingsrecht

Editie: 27 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

26

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen