X exploiteert sinds 1 mei 2005 in de vorm van een eenmanszaak een Aziatisch restaurant met een zogenoemd ‘all you can eat’-arrangement. Van 2003 tot en met 2005 werd het restaurant geëxploiteerd in de vorm van een VOF met X als één van de vennoten. De inspecteur stelt in 2005 een boekenonderzoek in over de jaren 2003 tot en met 2005 en reikt X een schriftelijke waarschuwing bewaarplicht uit. Tijdens een nieuw boekenonderzoek in 2017 geeft de inspecteur X een informatiebeschikking. In geschil is of de inspecteur terecht vanwege het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht een informatiebeschikking heeft gegeven.
Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2024/50.1.5) oordeelt dat X niet heeft voldaan aan de administratieplicht. De inspecteur heeft in de informatiebeschikking voldoende duidelijk aangegeven welke gegevens er ontbreken en dat dit de controle van de omzet onmogelijk maakt. Zo geven de verdichte dagoverzichten onvoldoende zicht op de omzetverantwoording omdat de transacties per klant niet inzichtelijk zijn en niet meer te zien is of tussendoor correcties hebben plaatsgevonden. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52A
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 52
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Hoge Raad
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 27 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag