Rechtbank Den Haag oordeelt dat Stichting X als ondernemersfonds niet voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen uit het Besluit Omzetbelasting Aftrek van omzetbelasting, omdat niet uitsluitend ondernemers bij haar zijn aangesloten.

Stichting X is een gemeente-breed ondernemersfonds en geen ondernemer voor de omzetbelasting. In 2021 gaat de inspecteur ermee akkoord dat X gebruikmaakt van de goedkeuring voor ondernemersverenigingen en BIZ-stichtingen en brengt X 83% van de aan haar in rekening gebrachte BTW in aftrek. Bij brief van 3 oktober 2024 trekt de inspecteur dit standpunt in per 1 januari 2025. Voor het eerste kwartaal 2025 brengt X € 11.532 aan voorbelasting in aftrek. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op van € 11.532. Voor het tweede kwartaal verleent de inspecteur geen teruggaaf van de gevraagde € 3666. In geschil is of X op grond van de goedkeuringen van het Besluit Omzetbelasting Aftrek van omzetbelasting recht heeft op (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat zij voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen van het Besluit. Niet alle bij X aangesloten subjecten zijn ondernemer in de zin van de Wet OB 1968, waardoor niet aan de eerste voorwaarde van uitsluitend aangesloten ondernemers is voldaan. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat X haar stelling dat vergelijkbare ondernemersfondsen wel aftrek genieten niet concretiseert. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin, nu de inspecteur geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen heeft gedaan voor 2025. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 7

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 29 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen