X drijft vanaf 2012 een onderneming. Over 2011 tot en met 2018 is de zelfstandigenaftrek toegekend. In zijn aangifte IB/PVV 2020 claimt X geen zelfstandigenaftrek. X is tot 5 augustus 2020 in loondienst. Volgens X is hij vanaf mei 2020 vrijgesteld van werk. X verzoekt alsnog om toekenning van de zelfstandigenaftrek en stelt dat hij indirecte uren heeft besteed aan acquisitie, marktverkenning, websiteontwikkeling en dienstenontwikkeling. X verstrekt een urenoverzicht met totalen per activiteit. De inspecteur wijst het verzoek af. In geschil is of X in 2020 aan het urencriterium voldoet en daarmee recht heeft op de zelfstandigenaftrek.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat hij aan het urencriterium voldoet. Indirecte uren tellen weliswaar mee, maar vereisen een concrete, voldoende specifieke en controleerbare onderbouwing. Het door X verstrekte urenoverzicht bevat slechts totalen per activiteit en specificeert niet welk deel op in 2020 verrichte werkzaamheden ziet. Onderliggende bewijsstukken ontbreken. Uren die X besteedt aan sollicitaties als werknemer tellen niet mee. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat X niet aannemelijk maakt dat sprake is van een afspraak of toezegging van de inspecteur. Ook het beroep op het Besluit Noodmaatregelen Coronacrisis leidt niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.76
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.6
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 29 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag