X VOF exploiteert een rijwielhandel en verstrekt bij iedere verkoop van een fiets in de winkel een servicekaart voor drie servicebeurten. Voor de fiets en het onderhoudspakket staan afzonderlijke bedragen op de factuur. Op de factuur past X VOF het verlaagde omzetbelastingtarief toe op het onderhoudspakket en verleent zij een korting op de fiets die ten minste gelijk is aan het bedrag van het onderhoudspakket. Via de webshop biedt X VOF geen onderhoudspakket aan. Na een boekenonderzoek legt de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting op over 2018 tot en met 2020. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vermindert de naheffingsaanslag en de inspecteur stelt hoger beroep in.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de factuur en de servicekaart erop duiden dat X VOF met haar klanten een rechtsbetrekking aangaat bestaande uit twee afzonderlijke prestaties, waarbij voor beide een aparte vergoeding is overeengekomen. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de servicekaart geen zelfstandige prestatie vormt. X VOF verkoopt ook fietsen zonder servicekaart via de webshop en verricht onderhoudsbeurten zonder fietsverkoop, waardoor beide prestaties een doel op zichzelf zijn. De fiets en de servicekaart zijn niet zo nauw verbonden dat zij één ondeelbare economische prestatie vormen. Dat bij de fiets een korting wordt verleend, maakt dit niet anders. Het hof verklaart het hoger beroep van de inspecteur ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Omzetbelasting
Editie: 29 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag