Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur het bezwaar van X tegen de ambtshalve aanslag IB/PVV 2020 terecht niet-ontvankelijk verklaart, omdat X als buitenlands belastingplichtige verantwoordelijk is voor het bijhouden van zijn adresgegevens bij de Belastingdienst.

X woont al meer dan 20 jaar in Zuid-Afrika en is sinds 2019 buitenlands belastingplichtig. Hij ontvangt een AOW-uitkering, een ABP-pensioenuitkering en een lijfrente-uitkering. Op grond van het Verdrag Nederland-Zuid-Afrika komt het volledige heffingsrecht aan Nederland toe. De inspecteur legt ambtshalve een aanslag IB/PVV 2020 op en verzendt deze naar het in de BRP opgenomen adres. X dient in 2023 alsnog een aangifte in en maakt bezwaar. Hij stelt dat de aanslag naar een verkeerd adres is gestuurd. De inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat hij de aanslag ter verzending aanbiedt aan het bij de Belastingdienst bekende adres. Het is de verantwoordelijkheid van X om voor een juist adres te zorgen waarop hij post kan ontvangen, zeker als buitenlands belastingplichtige. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar. Omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was, mag de inspecteur afzien van horen. De hoorplicht is niet geschonden.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen artikel 17

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 29 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen