De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde van een complex met een hotel, restaurant, recreatieruimte, privéwoning en twee recreatiewoningen per waardepeildatum 1 januari 2020 vast op € 1.178.000 (eigenaar niet-woning) en € 839.000 (gebruiker niet-woning) voor het belastingjaar 2021. X maakt bezwaar. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar ongegrond. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het beroep ongegrond. De gemachtigde stelt op 21 mei 2024 hoger beroep in en overlegt een machtiging van 2 april 2021. Het hof verzoekt vervolgens viermaal om een recente machtiging, niet ouder dan zes maanden. De gemachtigde weigert telkens en stelt dat de bestaande machtiging volstaat. In geschil is of het hoger beroep ontvankelijk is, nu de gemachtigde de gevraagde recente machtiging niet overlegt.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het op grond van artikel 8:24, lid 2, Awb een recente machtiging mag verlangen van een gemachtigde die geen advocaat is, zonder dit te hoeven motiveren. Het hof stelt de gemachtigde viermaal in de gelegenheid het verzuim te herstellen binnen een redelijke termijn van ruim een jaar en zeven maanden. De gemachtigde herstelt het verzuim niet. Van verschoonbare omstandigheden is niet gebleken. Het hof verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en komt niet toe aan de inhoudelijke geschilpunten.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.6
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.24
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.24
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.108
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 28 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag