In verband met de hoge energieprijzen door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is met EU-Verordening 2022/1854 een noodinterventie vastgesteld door middel van uitzonderlijke, gerichte en in de tijd beperkte maatregelen. De Verordening voorziet in de invoering van een tijdelijke solidariteitsbijdrage voor bepaalde energiebedrijven, tenzij de lidstaten ‘gelijkwaardige nationale maatregelen’ vaststellen. Ierland voert een tijdelijke solidariteitsbijdrage in voor ondernemingen die in Ierland actief zijn in de ontwikkeling en productie van gas. Vermilion Energy Ireland Ltd betwist onder andere de geldigheid van hoofdstuk III EU-Verordening 2022/1854. De Ierse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat EU-Verordening 2022/1854 geldig is vastgesteld op grond van en met inachtneming van de vereisten van art. 122 lid 1 VWEU. De A-G merkt verder op dat hoofdstuk III EU-verordening 2022/1854 niet in strijd is met de algemene beginselen van rechtszekerheid, de niet-retroactiviteit van EU-handelingen en evenredigheid. Ook is het niet in strijd met art. 16 en art.17 EU-Handvest.
Wetingang:
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 122
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht
Editie: 28 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag