Het Duitse B GmbH & Co. KG voert porseleinen bekers met onderzetters en afbeeldingen in. De porseleinen bekers zijn verpakt in kartonnen geschenkdozen. De afbeeldingen zijn ontwikkeld door ontwerpers in Duitsland. B GmbH stelt de afbeeldingen kosteloos ter beschikking aan fabrikanten van overdrukplaatjes, onderzetters en kartonnen dozen in Hongkong (China) en Taiwan. Deze leveranciers leveren de overdrukplaatjes, de geschenkdozen en de onderzetters aan de Chinese fabrikanten van de bekers, die op hun beurt de overdrukplaatjes op de bekers aanbrengen. B GmbH geeft de licentievergoedingen die zij aan de Duitse ontwerpers voor het ontwerp van de afbeeldingen heeft betaald niet aan bij de douaneaangiften met het oog op het in het vrije verkeer brengen van de goederen. Dit geldt ook voor de commissies die zij aan D LTD heeft betaald voor haar werkzaamheden als agent in Hongkong bij de inkoop van de overdrukplaatjes en de onderzetters. De Duitse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Advocaat-generaal Martín y Pérez de Nanclares concludeert dat de kosten voor het ontwerp van de afbeeldingen onderdeel uitmaken van de douanewaarde van de ingevoerde bekers. Dit geldt ook voor de aan D LTD betaalde commissies. De A-G merkt verder nog op dat de indeling van een ingevoerd goed als stel of assortiment niet inhoudt dat dit goed voor de toepassing van art. 32 CDW en art. 71 DWU als één geheel wordt beschouwd.
Wetingang:
Communautair Douanewetboek (CDW) artikel 32
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 71
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Douane
Editie: 28 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag