In verband met de hoge energieprijzen door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is met EU-Verordening 2022/1854 een noodinterventie vastgesteld door middel van uitzonderlijke, gerichte en in de tijd beperkte maatregelen. De Verordening voorziet in de invoering van een tijdelijke solidariteitsbijdrage voor bepaalde energiebedrijven, tenzij de lidstaten ‘gelijkwaardige nationale maatregelen’ vaststellen. België voert in 2022 een wet in die voor de sector ruwe aardolie een bijdrage invoert om energiebedrijven, die sinds begin 2022 overwinst hebben gemaakt als gevolg van de energiecrisis en de prijsstijging, te laten meebetalen om de getroffen huishoudens te ondersteunen. Varo Energy Belgium NV en enkele andere geregistreerde oliemaatschappijen dienen een verzoek in tot vernietiging van deze wet. De Belgische rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat België een nationale regeling invoert die gelijkwaardig is aan de tijdelijke solidariteitsbijdrage. Hierbij gelden wel enkele voorwaarden. Ook is het volgens de A-G niet in strijd met het EU-recht dat de tijdelijke solidariteitsbijdrage wordt berekend op basis van de hoeveelheden diesel, gasolie en benzineproducten die tot verbruik worden uitgeslagen. Ook hierbij gelden weer diverse voorwaarden.
Wetingang:
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 122
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht
Editie: 28 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag