Hof Den Haag oordeelt dat de rechtbank de maximale verzuimboetes voor 2020 en 2021 terecht matigt tot 50% van het wettelijk maximum vanwege de financiële omstandigheden van X en het evenredigheidsbeginsel.

X drijft sinds 2013 een eenmanszaak. Vanaf 2014 doet X geen aangiften IB/PVV, ondanks jaarlijkse uitnodigingen en aanmaningen. Na een boekenonderzoek in 2018 legt de inspecteur voor eerdere jaren (navorderings)aanslagen en boetes op. Voor 2020 en 2021 legt de inspecteur ambtshalve aanslagen IB/PVV op naar belastbare inkomens van € 25.000 en € 27.000, met maximale verzuimboetes van € 5514 per jaar wegens stelselmatig verzuim. X heeft daarbovenop coronaschulden en lost maandelijks € 1500 af op een belastingschuld van circa € 20.000. In eerste aanleg vermindert de rechtbank de verzuimboetes tot € 2757 per jaar. In geschil is of de rechtbank de opgelegde verzuimboetes voor de jaren 2020 en 2021 terecht vermindert tot 50% van het wettelijk maximum.

Hof Den Haag oordeelt dat sprake is van stelselmatig verzuim, nu X gedurende acht respectievelijk negen jaren geen aangifte IB/PVV doet. Het hof acht geen afwezigheid van alle schuld aanwezig. Het evenredigheidsbeginsel brengt echter met zich mee dat de hoogte van de boete niet onevenredig mag zijn in verhouding tot de ernst van de gedraging. Een boete van bijna tweemaal de verschuldigde belasting is niet passend en niet geboden. Gelet op de financiële positie van X, waaronder coronaschulden en zijn beperkte inkomsten, oordeelt het hof dat de rechtbank de verzuimboetes op goede gronden heeft verminderd tot € 2757 per jaar. Het hoger beroep van de inspecteur is daarom ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A

Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 28 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen