X BV verkoopt in 2017 een wedstrijdpaard aan een koper in Maleisië. Het paard is gekocht met het oog op deelname aan de Southeast Asian Games op 22 en 23 augustus 2017. De factuur van € 132.500 is gedagtekend 23 mei 2017. X BV vermeldt het nultarief in de aangifte. Kort na de levering is het paard naar België vervoerd. In België is het paard gestald en getraind en heeft het deelgenomen aan een selectiewedstrijd. Op 12 augustus 2017 is het vanaf Schiphol naar Maleisië vervoerd. Op 22 en 23 augustus 2017 heeft het paard deelgenomen aan de South-East Asian Games, waar het een gouden medaille heeft behaald. De inspecteur heft in totaal € 27.825 na en legt een verzuimboete op van € 500. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het beroep van X BV ongegrond. X BV gaat in hoger beroep.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het nultarief bij uitvoer uit de EU van toepassing is. Tussen de levering en uitvoer zijn geen andere verrichtingen met het paard geschied dan met het oog op de uitvoer naar Maleisië. De enige wedstrijd waaraan het paard tussen 23 mei 2017 en 12 augustus 2017 heeft deelgenomen, dient tot selectie voor de Games in Maleisië. Ook het verblijf en de training in België staan in dit geval niet aan toepassing van het nultarief in de weg. Voor zover het paard na de levering in waarde is gestegen, acht het hof aannemelijker dat het paard na de uitvoer in waarde is gestegen, namelijk door het winnen van de gouden medaille in Maleisië. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 9
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 2
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 29 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag