Het conceptvoorstel voor de Zelfstandigenwet is met veel tromgeroffel aangekondigd en ter internetconsultatie aangeboden.
Het wetsvoorstel introduceert per 1 januari 2028 een nieuw wettelijk toetsingskader voor de vraag wanneer iemand als zelfstandige kan werken voor een opdrachtgever. Doel van de nieuwe wet is het bieden van een veilige haven, zodat ZZP’ers en opdrachtgevers met een gerust hart zaken met elkaar kunnen doen. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om de bestaande holistische toets voor de aan- of afwezigheid van een dienstbetrekking te wijzigen. Alleen zekerheid bieden dus: wie zeven vinkjes kan zetten is welkom in de veilige haven voor ZZP’ers en opdrachtgevers die twijfelen over de aard van hun werkrelatie.
Dat roept meteen de vraag op hoe je ervoor zorgt dat die haven voor voldoende ZZP’ers goed bereikbaar is. De twee sluizen die in het huidige wetsvoorstel bepalen of de haven toegankelijk is, bestaan uit de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Deze toetsen kennen in totaal zeven onderdelen. Wie zeven vinkjes kan zetten, mag aanmeren in de veilige haven. En dat betekent een bevoorrechte positie. Immers, opdrachtgevers zullen liever zaken doen met een ZZP’er die alle vinkjes kan zetten dan met een concurrent die er enkele mist.
Dat roept bij mij de vraag op of er wel voldoende aandacht is voor deze keerzijde van het invoeren van de Zelfstandigenwet. Zo kan een startende ZZP’er niet voldoen aan de zelfstandigentoets omdat hij nog niet over voldoende opdrachtgevers beschikt. En diezelfde starter zal wellicht niet onmiddellijk investeren in pensioen, verzekeringen of voorzieningen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid, maar liever in een goed vindbare website of goed gereedschap. Werpt het gemis van enkele vinkjes niet juist een drempel op in plaats van handelingsperspectief te bieden? De zeven vinkjes uit de Zelfstandigenwet doen daarmee denken aan de zeven vinkjes van Joris Luyendijk: vinkjes die niet alleen iets zeggen over een individu, maar in de praktijk ook bepalen wie gemakkelijker toegang krijgt tot kansen.
De vraag is niet alleen of de Zelfstandigenwet zekerheid biedt, maar vooral ook wie die zekerheid kan bemachtigen en wie door het ontbreken van enkele vinkjes al bij de sluis wordt tegengehouden. Uit een eerste flitspeiling blijkt dat slechts 32% van alle ondervraagde ZZP’ers (let op: dat zijn dus mensen die momenteel al als ZZP’er werkzaam zijn) alle vinkjes kan zetten. Wordt die veilige haven daarom niet een hele kleine haven voor ZZP’ers voor wie sowieso al geldt dat er geen discussie is over hun zelfstandigheid?
Naast de vraag of de haven voldoende bereikbaar is speelt de vraag hoe veilig die ‘veilige haven’ eigenlijk is. Het wetsvoorstel voorziet in geen enkele zekerheid vooraf. Het geeft alleen meer handvatten voor het uitvoeren van de holistische toets. Maar een kantonrechter of belastinginspecteur kan achteraf nog steeds van mening zijn dat er ten onrechte in de haven is afgemeerd. Zonder zekerheid vooraf is er sprake van schijnveiligheid. In combinatie met het kleine aantal ZZP’ers dat alle zeven vinkjes kan zetten lijkt mij de toegevoegde waarde van deze nieuwe wet in de huidige vorm beperkt.
Informatiesoort: Uitvergroot
Rubriek: Inkomstenbelasting