Het kabinet voert geen bestedingsreserve in de vennootschapsbelasting voor woningcorporaties in. In plaats daarvan geldt voor corporaties vanaf 2028 een gedeeltelijke uitzondering op de earningsstrippingmaatregel. Minister Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening licht deze keuze toe in een brief aan de Eerste Kamer.

Een bestedingsreserve zou het mogelijk maken een deel van de fiscale winst te reserveren voor toekomstige investeringen en daarmee de belastingheffing uit te stellen. Een ongelimiteerde reserve, zoals beoogd in de motie-Van Langen-Visbeek c.s., zou volgens het kabinet echter structureel circa € 1,1 mrd. extra kosten. Een beperktere reserve leidt tot meer wetstechnische en administratieve complexiteit en vraagt om nadere beoordeling van onder meer de Europese staatssteunregels.

Het kabinet kiest daarom voor een uitzondering op de generieke renteaftrekbeperking voor zover renten en gecorrigeerde winst zijn toe te rekenen aan DAEB-activiteiten. Hiervoor is vanaf 2028 € 425 mln. beschikbaar. De voorgestelde maatregel is opgenomen in het Belastingplan 2027 (V-N 2026/47.4) en moet op 1 januari 2028 ingaan. Naar eerste inschatting levert zij woningcorporaties in de periode 2028-2034 ongeveer € 14 mrd. extra investeringsruimte op.

De minister beschouwt de motie over de bestedingsreserve en de toezegging over de earningsstrippingmaatregel hiermee als afgedaan.

Wetingang:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 15B

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer, Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Editie: 3 november

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen