Met deze nota van wijziging wordt geregeld dat bij emigratie alleen een fictieve vervreemding in aanmerking wordt genomen als de belastingplichtige de aandelenoptierechten voorafgaand aan emigratie heeft uitgeoefend. In zoverre als de werknemer aandelenoptierechten bezit bij emigratie, wordt ten aanzien van optierechten geen fictieve vervreemding in acht genomen en wordt geen conserverende belastingaanslag opgelegd. De reden dat de Nederlandse claim bij emigratie met aandelenoptierechten ook zonder conserverende aanslag geëffectueerd kan worden, heeft te maken met de in belastingverdragen gebruikelijke heffingsbevoegdheid over de voordelen verkregen uit aandelenoptierechten in grensoverschrijdende situaties. Voordelen die zien op de periode voorafgaand aan uitoefening houden in de regel onder belastingverdragen verband met verrichte of te verrichten arbeid, en de heffingsbevoegdheid valt (kort gezegd) toe aan het land waar de dienstbetrekking is uitgeoefend.
Voor conserverende aanslagen over de verkregen aandelen wordt ook voorzien in kwijtschelding wegens Nederlandse dividendbelasting of inkomstenbelasting bij dividenduitkeringen tijdens het betalingsuitstel. Hiermee wordt dubbele belastingheffing voorkomen. Kwijtschelding bij vervreemding is slechts mogelijk voor zover het heffingsrecht volgens een belastingverdrag aan een ander land toekomt.
Het is de bedoeling dat de Tweede Kamer op donderdag 12 november 2026 over dit wetsvoorstel stemt.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.83A
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10B
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Fiscale wetsvoorstellen
Editie: 5 november
Informatiesoort: VN Vandaag