X BV voldoet € 629 aan BPM voor de registratie van een Opel Corsa. De RDW stelt de CO2-uitstoot vast op 137 g/km WLTP in plaats van de aangegeven 124 g/km WLTP. De inspecteur legt een naheffingsaanslag BPM van € 347 op. In zijn verweerschrift concludeert de inspecteur dat de naheffingsaanslag tot € 286 moet worden verminderd. Vier maanden later doet hij alsnog een beroep op interne compensatie wegens gestelde gebreken in het taxatierapport. X BV stelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep op interne compensatie van de inspecteur heeft gehonoreerd. Volgens X BV is het beroep op interne compensatie in strijd met het vertrouwensbeginsel.
Hof Den Haag oordeelt dat X BV aannemelijk maakt dat de inspecteur toezeggingen heeft gedaan of gedragingen heeft verricht waaruit X BV in de gegeven omstandigheden mag afleiden dat de inspecteur er onvoorwaardelijk mee akkoord is gegaan dat de naheffingsaanslag tot € 286 wordt verminderd. In het verweerschrift is ook onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig geconcludeerd dat X BV recht heeft op een proceskostenvergoeding. De inspecteur neemt in het verweerschrift geen enkel voorbehoud op en beschikt bij het opstellen daarvan over alle benodigde informatie. X BV houdt geen informatie achter. De inspecteur had het standpunt over interne compensatie eerder kunnen en moeten innemen. Lange tijd is X BV in de waan gelaten dat het beroep gegrond zou worden verklaard. De inspecteur corrigeert dit beeld niet tijdig. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 5 november
Informatiesoort: VN Vandaag