X is enig erfgenaam van de erflater, die in 2020 overlijdt. De inspecteur legt ten name van de erflater een aanslag IB/PVV 2018 op, die onherroepelijk vaststaat. Na betalingsherinneringen, een aanmaning en een dwangbevel stuurt de ontvanger in 2025 een brief om verjaring van de invordering van de belastingschuld te voorkomen. X maakt bezwaar tegen deze stuitingsbrief. De ontvanger verklaart het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat het belastingrecht een gesloten stelsel van rechtsmiddelen kent en dat de beslissing tot stuiting door de wetgever niet is opengesteld voor beroep. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Tegen een marginale toetsing door de ontvanger of het nalaten daarvan staat evenmin beroep open bij de belastingrechter. X kan daarvoor uitsluitend een vordering instellen bij de burgerlijke rechter. De rechtbank bevestigt wel dat de verzuimboete door het overlijden van de erflater is vervallen en dat de invorderingskosten overeenkomstig dienen te worden aangepast.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26
Invorderingswet 1990 artikel 27
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Invordering
Editie: 5 november
Informatiesoort: VN Vandaag