X wacht al maanden op een beslissing van de Belastingdienst op zijn kwijtscheldingsverzoek. Een medewerkster van het Landelijk Incasso Centrum neemt telefonisch contact op en biedt excuses aan voor de lange behandelingsduur. Volgens de medewerkster verloopt het gesprek vervolgens onprettig. X zou hebben geschreeuwd en discriminerende opmerkingen hebben gemaakt. De Belastingdienst verklaart de klacht van X over de behandelingsduur gegrond, maar neemt in dezelfde brief een schriftelijke waarschuwing op wegens zijn gedrag tijdens het telefoongesprek. X ontkent de beschuldigingen en dient hierover een klacht in. De Belastingdienst verklaart deze klacht ongegrond.
Volgens dit vereiste moet de overheid bij ongewenst gedrag kiezen voor de minst ingrijpende passende maatregel. Uit het agressieprotocol van de Belastingdienst en het beoordelingskader van de ombudsman volgt dat in beginsel eerst een orde- of herstelgesprek moet plaatsvinden. Alleen bij voldoende ernstige of acute omstandigheden kan daarvan worden afgezien. Daarvan was hier geen sprake. De Belastingdienst erkent dat ten onrechte geen voorafgaand gesprek is gevoerd en dat de waarschuwingsbrief daarvoor geen motivering bevat. De ombudsman acht ook de ongegrondverklaring van de klacht onjuist. Een gesprek had kunnen bijdragen aan waarheidsvinding, ordeherstel en het verduidelijken van wederzijdse verwachtingen. De ombudsman beveelt aan alsnog een gesprek te voeren en de schriftelijke waarschuwing in afwachting daarvan in te trekken. Na het gesprek kan opnieuw worden beoordeeld of een waarschuwing gerechtvaardigd is.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 3.4