Het Duitse Mercedes-Benz AG is in Roemenië geregistreerd voor BTW-doeleinden en vervaardigt aldaar voertuigen voor wegvervoer. MB stelt kosteloos apparatuur ter beschikking aan Roemeense fabrikanten die de apparatuur gebruiken voor de productie van voor haar bestemde auto-onderdelen (tooling). Na een controle stelt de Roemeense Belastingdienst dat de terbeschikkingstelling van de apparatuur moet worden gelijkgesteld met een onder bezwarende titel verrichte dienst in de zin van art. 26 lid 1 BTW-richtlijn. MB had, om te voorkomen dat de kosteloze terbeschikkingstelling niet wordt gelijkgesteld met een dienst onder bezwarende titel, moeten bewijzen dat de apparatuur wordt gebruikt voor haar economische activiteit en niet voor andere belastingplichtigen. De Roemeense rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak. Het Hof van Justitie heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.
Het Gerecht oordeelt dat het om niet ter beschikking stellen van de apparatuur door MB aan de fabrikant van auto-onderdelen niet moet worden gelijkgesteld met een dienst onder bezwarende titel. Dit geldt voor de situatie waarin de fabrikant, met behulp van die apparatuur, onderdelen vervaardigt voor MB maar deze niet rechtstreeks aan hem verkoopt. De verkopen worden dan via een tussenpersoon verricht, zodat er geen rechtstreekse factureringsrelatie bestaat tussen de fabrikant van de onderdelen en MB. Daarbij geldt dan wel dat de onderdelen uitsluitend door MB worden gebruikt.
Wetingang:
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht
Editie: 6 november
Informatiesoort: VN Vandaag