X is eigenaar van een in 2004 gebouwd gemeentehuis dat in 2021 is omgebouwd tot woonzorgcentrum voor dementerenden. De onroerende zaak omvat twee bouwlagen met woonappartementen, gemeenschappelijke ruimten waaronder beleefhoeken voor schilderen, muziek en beweging, personeelsruimten, technische ruimten en verkeersruimten met een totale bruto vloeroppervlakte van 2.614,5 m². De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde voor 2024 vast op € 3.676.000 en voor 2025 op € 3.689.000 en legt aanslagen OZB op naar het niet-woningtarief. De heffingsambtenaar komt uit op 68,89% als woondeel. In geschil is of meer dan 70% van het woonzorgcentrum dient tot woning dan wel volledig dienstbaar is aan woondoeleinden in de zin van art. 220a lid 2 Gemeentewet.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de beleefhoeken (atelier, muziekruimte, beweegruimte) naar aard en inrichting bestemd en geschikt zijn voor menselijke bewoning. De rechtbank maakt uit de foto's in het dossier op dat deze ruimtes zijn ingericht om te schilderen, muziek te maken of te bewegen. De woonfunctie overheerst ten opzichte van de zorgfunctie. Ook de gangen die direct grenzen aan de woonappartementen zijn, vergelijkbaar met een galerijflat, volledig dienstbaar aan woondoeleinden. Meer dan 70% van de onroerende zaak dient daarmee tot woning. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 22
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 30 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag