X BV is eigenaar van een landhuis uit 1741 dat deel uitmaakt van een NSW-landgoed met een grondoppervlakte van 9,49 ha. De onroerende zaak wordt op 21 oktober 2021 verkocht voor € 1.722.600. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde op waardepeildatum 1 januari 2022 vast op € 713.000. Daarbij past hij een bestemmingswaardefactor van 20% toe, een extra waardedruk van 10% voor gebruiks- en bezitsbeperkende NSW-vereisten en een aanvullende aftrek voor de rijksmonumentale status. X BV maakt bezwaar en bepleit een waarde van € 447.000, onder verwijzing naar een waardestijging van 67% ten opzichte van het voorgaande jaar en veertig jaar achterstallig onderhoud. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar ongegrond. X BV gaat in hoger beroep.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De waarde wordt jaarlijks opnieuw bepaald, zodat een vergelijking met voorgaande jaren niet slaagt. De bestemmingswaardefactor van 20% houdt reeds rekening met het achterstallig onderhoud. X BV onderbouwt haar stelling over veertig jaar achterstallig onderhoud niet met foto's of offertes. Het eigen verkoopcijfer van € 1.722.600, ruim twee maanden voor de waardepeildatum, overtreft na toepassing van de NSW-correcties de beschikte waarde van € 713.000 ruimschoots. X BV maakt niet aannemelijk dat de koopsom niet de waarde in het economisch verkeer weergeeft. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Natuurschoonwet 1928 artikel 8
Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken artikel 2
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 1 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag