X exploiteert in 2017 een internetonderneming en dient geen aangifte IB/PVV 2017 in. Na kennisneming van een strafrechtelijk onderzoek kondigt de inspecteur een boekenonderzoek aan. Op basis van bankafschriften bepaalt de inspecteur de omzet en legt een navorderingsaanslag op. Rechtbank Den Haag vermindert de aanslag nadat de inspecteur aanvullende periodieke kosten alsnog in aanmerking neemt. X stelt hoger beroep in.
Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat het belastbare inkomen niet te hoog is vastgesteld door dit te baseren op de beschikbare informatie uit de bankafschriften. X onderbouwt zijn stellingen dat onvoldoende rekening is gehouden met zakelijke kosten, contante inkoopkosten en de margeregeling ook in hoger beroep niet met enig bewijs. Het hof neemt de gronden van de rechtbank over en maakt deze tot de zijne. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 11
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 1 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag