Holding X AG, de moedermaatschappij van het internationale Z-concern, moet in Duitsland op grond van het Mindeststeuergesetz (Duitse implementatie van Pijler 2) vanaf 2026 jaarlijks terugkerende minimumbelastingrapportages indienen bij het Bundeszentralamt für Steuern. Verder moet X AG elektronisch een belastingaangifte indienen als fiscale aangifte via een officieel voorgeschreven dataset. De belasting is opeisbaar één maand na het indienen van de belastingaangifte en moet voor die tijd zijn voldaan. Volgens X AG is dit in strijd met het EU-recht. Zo is volgens haar EU-Richtlijn 2022/2523 (Pillar 2) ongeldig en in strijd met diverse Europese rechtsnormen. X AG verwijst daarbij onder andere naar een Belgische procedure waarin prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie EU (American Free Enterprise Chamber of Commerce, C-519/25).
Finanzgericht Köln wijst het verzoek van X AG af en verklaart het niet-ontvankelijk. Volgens Finanzgericht Köln is het niet mogelijk om vooraf vast te laten stellen dat er geen plicht is tot het indienen van belastingaangiften onder het nieuwe Mindeststeuergesetz. X AG kan namelijk, gezien het subsidiariteitsbeginsel, niet direct naar de rechter stappen voor een algemene verklaring vooraf. X AG moet eerst de normale fiscale procedure doorlopen, zoals bezwaar maken tegen een definitieve belastingaanslag of -aangifte. De zaak ligt inmiddels voor bij het Bundesfinanzhof.
Wetingang:
Instantie: Finanzgericht Köln
Rubriek: Minimumbelasting, Internationaal belastingrecht, Europees belastingrecht
Editie: 1 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag