Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar bij de WOZ-waardebepaling van een recreatiewoning de waarde van het certificaat van een aandeel in de exploitatiemaatschappij naar rato moet meenemen en niet volledig mag negeren. De rechtbank stelt de waarde schattenderwijs vast.

X BV is eigenaar van een recreatiewoning op een recreatiepark met 104 woningen. Het park kent een exploitatiemaatschappij die het beheer, onderhoud en de verhuurbemiddeling verzorgt. De aandelen van deze vennootschap zijn gecertificeerd via een stichting; de 104 eigenaren houden elk een certificaat. X BV houdt één certificaat met een nominale waarde van € 26.550. Overdracht van certificaten is uitsluitend mogelijk samen met overdracht van de recreatiewoning. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde aanvankelijk vast op € 364.000, maar verlaagt deze in bezwaar naar € 307.000. Als referentieobject dient een recreatiewoning die voor € 333.800 verkoopt, inclusief een certificaat met een nominale waarde van € 21.250. De heffingsambtenaar houdt bij de waardebepaling geen rekening met de waarde van het meeverkochte certificaat. In geschil is of en in hoeverre de waarde van het certificaat van het aandeel in de exploitatiemaatschappij bij de WOZ-waardebepaling van de recreatiewoning moet worden geëlimineerd uit de verkoopprijs van het referentieobject.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het certificaat onvoldoende vergelijkbaar is met een aandeel in een Vereniging van Eigenaren en meer vergelijkbaar is met een aandeel in mandeligheid. Volledige eliminatie van de certificaatwaarde is daarom niet aan de orde. Tegelijkertijd oordeelt de rechtbank dat het niet juist is om de volledige waarde van het certificaat te betrekken bij de waardebepaling, voor zover voor gemeenschappelijke ruimtes al een zelfstandige WOZ-beschikking geldt, omdat dat tot dubbele heffing leidt. De waarde van het certificaat dient naar rato te worden meegenomen. De heffingsambtenaar maakt niet aannemelijk hoe deze toerekening moet plaatsvinden. X BV maakt de door haar bepleite waarde evenmin aannemelijk. De rechtbank stelt de waarde schattenderwijs vast op € 295.000. Het beroep van X BV is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Wet waardering onroerende zaken artikel 16

Wet waardering onroerende zaken artikel 16

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 15 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen