X is 100% aandeelhouder en bestuurder van X1 BV, X2 BV en X3 BV. X verricht werkzaamheden voor X1 BV. X vermeldt € 12.000 loon in zijn aangifte. Naar aanleiding van bevindingen van een FIOD-onderzoek corrigeert de inspecteur de aangifte IB/PVV 2019. Het gebruikelijk loon wordt vastgesteld op € 45.000 en het resultaat uit overige werkzaamheden op € 50.000. Dit bedrag is gebaseerd op onder meer contante stortingen, ontvangen commissies en het voordeel privégebruik auto. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard en dat de correcties van de inspecteur goed zijn onderbouwd. X gaat in hoger beroep.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de lopende strafzaak tegen X geen reden is om de zaak te verdagen. Door geen bijtelling privégebruik auto aan te geven heeft X een in zowel absolute als relatieve zin aanzienlijk bedrag niet aangegeven. Hiervan moet X zich ten tijde van het doen van die aangifte ook bewust zijn geweest, zodat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. De inspecteur heeft de bijtelling ten onrechte gerekend tot het resultaat uit overige werkzaamheden. De kosten van de auto worden namelijk feitelijk werden gedragen door X1 BV. Het voordeel van het privégebruik behoort daarom tot het (gebruikelijk) loon en niet (ook) tot het resultaat uit overige werkzaamheden. De ROW-schatting is in zoverre niet redelijk en wordt verminderd tot € 34.222. Het gebruikelijk loon blijft in stand. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13BIS
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting
Editie: 15 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag