X koopt in 2020 een in 1999 afgesloten lijfrenteverzekering af voor € 2765. Over de jaren 1999 tot en met 2002 heeft X in totaal € 2854 aan premies betaald. De inspecteur rekent bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2020 de gehele afkoopsom tot het inkomen en weigert aftrek van advieskosten van € 1108. Tijdens de beroepsprocedure geeft de Belastingdienst een saldoverklaring af voor € 169 aan niet-afgetrokken premie over 1999. Rechtbank Noord-Nederland verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag met dat bedrag. X stelt hoger beroep in voor de premies over 2000 tot en met 2002 en de advieskosten.
In geschil is of de in 2000 tot en met 2002 betaalde lijfrentepremies in mindering komen op de belaste afkoopsom en of de advieskosten van € 1108 aftrekbaar zijn.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat de in 2000 tot en met 2002 betaalde lijfrentepremies niet als uitgave voor inkomensvoorziening in aftrek zijn gekomen. Voor 2000 heeft X weliswaar de aangifte overgelegd, maar niet de opgelegde aanslag. Voor 2001 en 2002 ontbreken zowel de aangiften als de aanslagen. De eigen verklaring van X volstaat niet. Het hof oordeelt verder dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat de advieskosten strekken tot verwerving van de afkoopsom. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.133
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.133
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.100
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.107A
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.137
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.108
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 15 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag