X houdt aandelen in diverse BV’s. Via Q BV treedt X toe als partner van A NV. Naar aanleiding van een onderzoek bij onder andere A NV legt de inspecteur ambtshalve een IB-aanslag 2017, met verzuimboete, op aan X. In geschil is onder andere of X een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is en of de verzuimboete terecht is. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur X terecht niet heeft aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige, omdat X niet voldoet aan de vereisten. Volgens de rechtbank is het niet buiten redelijke twijfel dat de aanmaningsbrief tot het doen van aangifte op het adres van X is aangeboden of ontvangen. De inspecteur gaat in hoger beroep.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur bewijst dat de aanmaningsbrief is verzonden naar het adres van X. Dit blijkt uit de door de inspecteur overgelegde verzendrapportages. Uit deze rapportages is buiten redelijke twijfel komen vaststaan dat de herinnerings- en aanmaningsbrief ter verzending zijn aangeboden aan PostNL voor verzending naar het adres van X. X moet de aanmaning hebben ontvangen dan wel moet deze op zijn adres zijn aangeboden. De verzuimboete is dan ook terecht opgelegd.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.80
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 7.8
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 25 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag