Hof Den Bosch oordeelt dat de niet-ontvangen pandbeleningsvergoeding geen onderdeel vormt van de aankoopprijs onder de margeregeling. Bepalend is wat de pandgever van de wederverkoper verkrijgt, niet het door de wederverkoper opgeofferde bedrag.

X BV exploiteert een pandhuis en stelt geldsommen (beleensommen) ter beschikking aan pandgevers die roerende zaken als onderpand inbrengen. Als de pandgever de beleensom en pandbeleningsvergoeding niet binnen de beleentermijn van drie maanden terugbetaalt, verkoopt X BV de goederen. Bij de verkoop past X BV de margeregeling toe. In haar aangiften omzetbelasting neemt X BV als inkoopprijs de beleensom plus de niet-ontvangen pandbeleningsvergoeding in aanmerking. De inspecteur legt naheffingsaanslagen op omdat hij alleen de beleensom als inkoopprijs aanmerkt.

Hof Den Bosch oordeelt dat X BV de aankoopprijs onder de margeregeling niet vaststelt aan de hand van het door haar opgeofferde bedrag. Voor de aankoopprijs is bepalend wat de pandgever van de wederverkoper verkrijgt of moet verkrijgen. De pandgever verkrijgt de pandbeleningsvergoeding niet, hij moet deze juist aan X BV betalen. De pandbeleningsvergoeding maakt daarom geen onderdeel uit van de aankoopprijs. Het beroep op paragraaf 7.3.2 van het Besluit Margeregeling slaagt niet, omdat die paragraaf op een wezenlijk andere situatie ziet. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 28B

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 312

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Omzetbelasting, Verbintenissenrecht

Editie: 25 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen