Rechtbank Overijssel oordeelt dat Y bij de uitvoering van de opdracht weliswaar twee beroepsfouten heeft gemaakt, maar dat dit niet leidt tot toewijzing van de vordering tot schadevergoeding. Het causaal verband tussen de beroepsfouten en de gestelde schade komt namelijk niet vast te staan.

Naar aanleiding van een conflict tussen haar drie middellijke aandeelhouders schakelt Oveon BV belastingadvieskantoor A BV in om fiscaal en financieel te adviseren over een voorgenomen herstructurering. De opdracht wordt vervolgens uitgevoerd door Y, die ook adviseert met betrekking tot een VSO tussen Oveon en Z BV. Uiteindelijk ontstaat een geschil over een eerder uitgekeerd interim-dividend van € 37.950. Omdat dit dividend moet worden terugbetaald, stelt Oveon BV het belastingadvieskantoor en Y aansprakelijk voor de door haar geleden schade.

De civiele kamer van Rechtbank Overijssel oordeelt dat Y bij de uitvoering van de opdracht weliswaar twee beroepsfouten heeft gemaakt, maar dat dit niet leidt tot toewijzing van de vordering tot schadevergoeding. Het causaal verband tussen de beroepsfouten en de gestelde schade komt namelijk niet vast te staan. Met betrekking tot het interim-dividend overweegt de rechtbank dat dit buiten de expertise van Y valt, en dat het verder ook slechts toevallig tijdens de uitvoering van zijn opdracht ter sprake kwam. Bij de beoordeling van de VSO had Y volgens de rechtbank moeten beseffen dat hij hiermee buiten zijn eigen vakgebied terechtkwam en had hij moeten adviseren om een jurist of advocaat in te schakelen. Dit levert dus wel een beroepsfout op, maar leidt niet tot schadeplichtigheid.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 162

Burgerlijk Wetboek Boek 7 artikel 404

Instantie: Rechtbank Overijssel

Rubriek: Juridische beroepen, Verbintenissenrecht

Editie: 12 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

38

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen