Onvolledige informatie over de kosten van een advocaat maakt het kostenbeding niet meteen oneerlijk. De cliënt van de advocaat zal alsnog de onbetaalde rekening van bijna € 1.800 moeten voldoen, aldus Hof Den Haag.
Het geschil ging tussen een advocatenkantoor en een particuliere cliënt over een onbetaalde rekening voor juridische bijstand. Bij de opdracht kreeg hij alleen het uurtarief van de advocaat te horen, zonder inschatting van de totale kosten.
De cliënt schakelde het kantoor in, nadat zijn ex-partner eenzijdig de omgangsregeling met hun dochter had stopgezet. Voorafgaand aan de opdracht liet de advocaat weten € 205,- exclusief btw (€ 248,05 inclusief btw) per uur te rekenen, zonder inschatting van het aantal te besteden uren of de totale kosten. De cliënt ging akkoord. Nadat bleek dat hij geen recht had op gefinancierde rechtsbijstand, ontving hij facturen van in totaal € 1.763,24. Hij betwistte deze niet, kreeg een betalingsregeling en deed meerdere toezeggingen, maar bleef uiteindelijk in gebreke.
Toen de rekening onbetaald bleef, spande het kantoor een procedure aan. Omdat het gaat om een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, moet de rechter op grond van Europese regelgeving ambtshalve beoordelen of zo'n kostenbeding oneerlijk is. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie moet een advocaat de consument voldoende informatie geven om de totale kosten te kunnen inschatten; het enkel noemen van een uurtarief is daarvoor niet genoeg.
De kantonrechter wees de vordering in eerste instantie af, omdat hij het kostenbeding oneerlijk vond. Het hof stelt vast dat de advocaat vooraf geen kosteninschatting heeft gegeven en dat het beding daarom niet ‘transparant’ was. Maar een gebrek aan transparantie betekent volgens het Europese Hof niet automatisch dat een beding ook oneerlijk is. Daarvoor moet apart worden beoordeeld of het beding het evenwicht tussen partijen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument. Het hof concludeert dat dat hier niet zo is: het uurtarief is niet onredelijk hoog, er zijn geen aanwijzingen dat de cliënt van de opdracht had afgezien als hij wel volledig was geïnformeerd en de advocaat heeft geen misleidende informatie gegeven.
Het hof oordeelt daarom dat het beding weliswaar niet duidelijk genoeg was, maar dat dit niet betekent dat het ook oneerlijk is. Het hof vernietigt daarom het vonnis van de kantonrechter op dit punt en wijst de vordering alsnog toe. De cliënt moet € 1.763,24 betalen, plus € 264,49 aan incassokosten en de wettelijke rente. Omdat hij niet in hoger beroep is verschenen, draagt ieder van de partijen de eigen proceskosten.
De uitspraak heeft nummer ECLI:NL:GHDHA:2026:2248.
Bron: Hof Den Haag
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Verbintenissenrecht, Kantoren