Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1288, V-N 2026/32.3, heeft de Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst vier kennisgroepstandpunten ingetrokken.

Volgens de Hoge Raad kan de in art. 2.17 lid 4 Wet IB 2001 voorziene mogelijkheid tot wijziging van de onderlinge verdeling tussen partners in geval van navordering ook betrekking hebben op gemeenschappelijke inkomensbestanddelen die al zijn betrokken in de onherroepelijk vaststaande aanslagen. Het arrest geldt ook voor de verdeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen bij navordering. De volgende standpunten zijn op 28 augustus 2026 ingetrokken:

  • •.

    KG:202:2023:18: toerekening gezamenlijke grondslag sparen en beleggen bij navordering;

  • •.

    KG:202:2023:19: toerekening persoonsgebonden aftrek bij navordering;

  • •.

    KG:202:2023:20, V-N 2023/29.4: toerekening gezamenlijke bestanddelen als bij navordering eigenwoningschuld naar box 3 gaat; 

  • •.

    KG:202:2024:28, V-N 2024/42.7: toerekening bij navordering box 3.

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17

[Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 31 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen