Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de heffingsambtenaar de inzageverplichting ex. art. 40 lid 2 Wet WOZ schendt door KOUDV-factoren niet in bezwaar te verstrekken. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat belastingplichtige niet wordt benadeeld.

De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde van de tussenwoning van X (bouwjaar 1926, 130 m²) vast op € 199.000 per waardepeildatum 1 januari 2021 voor belastingjaar 2022. X maakt bezwaar en verzoekt conform art. 40 Wet WOZ om verstrekking van onder meer de KOUDV-factoren van de referentieobjecten. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar ongegrond zonder de KOUDV-factoren te verstrekken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en kent een immateriëleschadevergoeding van € 50 toe. X stelt hoger beroep in.

In geschil is onder andere of de heffingsambtenaar art. 40 Wet WOZ schendt.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de heffingsambtenaar de inzageverplichting ex. art. 40 lid 2 Wet WOZ schendt door KOUDV-factoren niet in bezwaar te verstrekken. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat belastingplichtige niet wordt benadeeld. X heeft een voldoende specifiek verzoek ingediend om gegevens die wel ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde, maar niet in het in de bezwaarfase verstrekte taxatieverslag zijn opgenomen. Hij hoeft dit inzageverzoek niet te herhalen. Het hof passeert het gebrek met toepassing van art. 6:22 Awb.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 40

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.22

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 28 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen