X is houder van een personenauto waarvoor hij MRB betaalt via automatische incasso. Op 27 september 2024 schrijft de Belastingdienst € 83 af met als omschrijving een periode die reeds op 29 juli 2024 is geïncasseerd. X storneert deze incasso vanwege de onjuiste omschrijving. De inspecteur legt vervolgens een naheffingsaanslag MRB op van € 83. X maakt bezwaar en verzoekt om gehoord te worden. De inspecteur verklaart het bezwaar ongegrond zonder X formeel te horen. X gaat in beroep.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de verkeerde omschrijving bij de incasso door een systeemfout niet afdoet aan de verschuldigdheid van de belasting. X betwist niet dat hij over de betreffende periode nog MRB verschuldigd is. De naheffingsaanslag is terecht en tot de juiste hoogte opgelegd. De rechtbank stelt verder vast dat de hoorplicht is geschonden, omdat X verzoekt om gehoord te worden maar geen formele hoorzitting heeft plaatsgevonden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens schending van de hoorplicht, maar laat de rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar in stand.
Wetingang:
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 33
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.22
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Invordering, Belastingheffing van motorrijtuigen, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 28 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag