X BV voert een groothandel in voedingsmiddelen en dranken en dient vanaf januari 2022 meerdere teruggaafverzoeken verbruiksbelasting voor alcoholvrije dranken in wegens overbrenging naar een ondernemer in een andere lidstaat. X BV koopt de goederen in bij Y BV en Z BV. Y BV betaalt geen verbruiksbelasting aan de Belastingdienst, ondanks een schriftelijke verklaring dat zij de goederen inclusief verbruiksbelasting levert. Z BV betaalt de verbruiksbelasting wel. De verkoopfacturen van X BV zijn gericht aan een Belgisch bedrijf dat niet gevestigd blijkt op het vermelde adres. De aandeelhouder van dit bedrijf verklaart slachtoffer te zijn van identiteitsfraude en X BV niet te kennen. De bijbehorende CMR's zijn onvolledig ingevuld. De inspecteur wijst alle teruggaafverzoeken af. In geschil is of X BV recht heeft op teruggaaf van verbruiksbelasting voor alcoholvrije dranken die zij stelt te hebben overgebracht naar België.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat op grond van art. 34 WVAD teruggaaf slechts plaatsvindt tot het bedrag dat aan belasting is voldaan. Y BV heeft geen verbruiksbelasting betaald, zodat teruggaaf voor bij Y BV ingekochte goederen niet mogelijk is. Of X BV de facturen inclusief verbruiksbelasting aan Y BV heeft betaald, is een civiele kwestie. Ten aanzien van de bij Z BV ingekochte goederen maakt X BV niet aannemelijk dat deze hun bestemming in België hebben bereikt, nu de Belgische afnemer niet op het vermelde adres gevestigd is en ontkent X BV te kennen. De onvolledig ingevulde CMR's en de verklaring van een magazijnmedewerker volstaan evenmin. Van schending van het verdedigingsbeginsel is geen sprake.
Wetingang:
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken artikel 33
Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken artikel 34
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Accijns en verbruiksbelastingen
Editie: 25 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag