In het besluit wordt een definitie van het begrip ‘investeringsdienst’ opgenomen en worden diverse passages in het besluit aangepast zodat naast investeringsgoederen ook investeringsdiensten onder de herzieningsregels vallen. De wijzigingen sluiten aan bij de wettelijke regeling die sinds 1 januari 2026 geldt.
Daarnaast is paragraaf 5.2.3 over de aftrek van BTW bij een VvE gewijzigd. Onder de bestaande goedkeuring kunnen ondernemer-leden de door de VvE niet in aftrek gebrachte BTW onder voorwaarden zelf in aftrek brengen om BTW-cumulatie te voorkomen. De voorwaarde dat de VvE niet als ondernemer kwalificeert vervalt. Voortaan is bepalend dat de betreffende goederen en diensten door de VvE niet als ondernemer zijn aangeschaft. De wijziging houdt verband met het feit dat VvE’s steeds vaker voor bepaalde activiteiten, zoals de exploitatie van laadpalen of de verhuur van ruimten, als ondernemer worden aangemerkt.
Met het wijzigingsbesluit is het besluit van 24 november 2020 (V-N 2021/4.15) aangepast.
Het wijzigingsbesluit treedt in werking op 25 augustus 2026.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 artikel 2A
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 artikel 13
Rubriek: Omzetbelasting
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 25 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus