X dient in 2021 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning tweede fase voor het bouwen van een woning. In 2007 verleent de gemeente de eerste fasevergunning met vrijstelling van het toen geldende bestemmingsplan uit 1985. In 2011 vervangt een nieuw bestemmingsplan het oude plan, maar het perceel van X valt niet binnen de begrenzing daarvan. Het perceel is sindsdien onbestemd (witte vlek). De heffingsambtenaar legt een aanslag leges op van € 11.233. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het beroep ongegrond. X gaat in hoger beroep. In geschil is of de aanslag leges geheel of gedeeltelijk vernietigd moet worden omdat de legessanctie van art. 3.1 lid 4 Wro van toepassing is.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat het perceel van X niet binnen het in 2011 vastgestelde bestemmingsplan valt en dat de raad na het verstrijken van de periode van tien jaar geen nieuw bestemmingsplan heeft vastgesteld voor het perceel. De legessanctie is van toepassing, omdat de verstrekte diensten verband houden met een bestemmingsplan en de gemeente in de tweede fase ook toetst aan de verleende omgevingsvergunning eerste fase. Een splitsing is niet aan de orde, omdat het in behandeling nemen van de aanvraag één dienst van het gemeentebestuur betreft. Het hof vernietigt de aanslag leges.
Wetingang:
Wet op de rechterlijke organisatie
Wet op de rechterlijke organisatie
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 21 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag