Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat X de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant heeft ontvangen. Het hof wijst daarbij op alle stukken van het (omvangrijke) procesdossier en de door X ter zitting afgelegde, geloofwaardige, verklaringen.

X exploiteert een tankschip via zijn eenmanszaak. Tijdens een strafrechtelijk onderzoek naar de verduistering van plantaardige olie en de daarmee gepaard gaande (al dan niet gefingeerde) afvalstromen (slops) komt X in beeld. X laat de slops ophalen door A BV die het transporteert naar B BV, die de slops bewerkt en de olie uit de slops vervolgens verwerkt tot biobrandstof. In veel gevallen wordt daarbij naast een bedrag per bank ook een contante vergoeding betaald aan de schipper. Naar aanleiding van een door hem ingesteld boekenonderzoek legt de inspecteur IB-navorderingsaanslagen op aan X in verband met het niet verantwoorden van de contante betalingen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X meer inkomen heeft genoten uit de contante verkoop van de slops dan hij in zijn IB-aangiften heeft aangegeven, maar vernietigt de boetes. X en de inspecteur gaan in hoger beroep.

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat X de betalingen voor de slops niet alleen per bank, maar ook contant heeft ontvangen. Het hof wijst daarbij op alle stukken van het (omvangrijke) procesdossier en de door X ter zitting afgelegde, geloofwaardige, verklaringen. Het hof merkt op dat, met name gelet op de rol van A BV, het door X geschetste scenario waarschijnlijker is. Volgens X zijn de contante opnames uit de administratie van A BV, die de inspecteur in verband brengt met de afgifte van slops door X, namelijk niet ten goede gekomen aan hem maar door A BV in eigen zak gestoken. Nu de contante betalingen aan X volgens het hof niet hebben plaatsgevonden, worden de navorderingsaanslagen vernietigd. Dat de boekhouding van A BV naadloos aansluit op de constateringen van het OM en de controlerend ambtenaren van de Belastingdienst, acht het hof minder van belang, aangezien A BV er belang bij heeft dat dit het geval is. Het hof wijst daarbij ook op de inconsistenties die uit de contantfacturen blijken.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 21 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen