Als je je auto parkeert op een plek waar dat niet mag, bijvoorbeeld op de stoep, dan staat daarop een (administratieve) boete van € 130 in de zin van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
Het bedrag is landelijk gelijk en wordt jaarlijks geïndexeerd. Deze boetes zijn een verdienmodel voor no-cure-no-pay-dienstverleners. Daarom heeft de wetgever de proceskostenvergoeding uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (BPB) via art. 13a lid 3 Wahv voor dergelijke zaken drastisch teruggeschroefd. Er geldt een vermenigvuldigingsfactor van 0,25 of 0,1 op het te vergoeden bedrag.
Als je je auto parkeert op een plaats waar betaald parkeren geldt, zonder (voldoende) te betalen, dan volgt een fiscale naheffingsaanslag. De gemeente kan het bedrag voor een uur parkeren naheffen en mag per naheffingsaanslag in 2026 maximaal € 82 aan kosten in rekening brengen. Dat mag niet zomaar. Het bedrag is een maximum en de gemeente moet in bezwaar en beroep elk belastingjaar weer aantonen dat er op de naheffingsaanslagen geen winst wordt gemaakt.
Ook deze naheffingsaanslag parkeerbelasting – en specifiek de kostenonderbouwing van de naheffingsaanslag – is een verdienmodel voor no-cure-no-pay-dienstverleners. Begrijpelijk, want dat is (nog) behoorlijk lucratief. De vermenigvuldigingsfactor van 0,25 of 0,1 geldt immers niet voor de parkeerbelastingen. Waarom dat niet ook daarvoor is geregeld is onduidelijk. Aan het bedrag kan het niet liggen: een (Mulder)parkeerboete kost € 130 en een naheffingsaanslag parkeerbelasting minder dan € 90. De bezwaren- en beroepentrein dendert intussen door en het eindstation is nog lang niet in zicht. Er liggen duizenden bezwaren en beroepen over de kostenonderbouwing bij gemeenten en de rechtspraak, tot de Hoge Raad aan toe.
Nu weet ik wel dat dit terug te voeren is op keuzes die bij het invoeren van het fiscale stelsel meer dan dertig jaar geleden zijn gemaakt, maar onder druk wordt alles vloeibaar. Rechtsbescherming is een groot goed, maar het lijkt mij dat gemeenten en de rechtspraak zich beter kunnen bezighouden met serieuze maatschappelijke problemen.
Is het een idee om een wetenschappelijk onderzoek te laten doen naar de kosten die parkeerbelastingheffende gemeenten per naheffingsaanslag maken? Het gemiddelde daarvan wordt dan het bedrag dat iedere gemeente per naheffingsaanslag in rekening mag brengen. Het bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd en zelfs periodiek worden geëvalueerd. Komt een gemeente boven dat kostenbedrag en wil zij dat meerdere ook verhalen, dan ligt bij haar de bewijslast. Mijns inziens is dit vrij eenvoudig te regelen door een aanpassing van art. 2 en 3 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.
Sommige gemeenten zullen daar (beperkt) winst mee maken. Dat moet dan maar zo zijn. De parkeerbelastingen zelf zijn een algemene belasting. De tariefstelling is aan de gemeente en de opbrengst is vrij besteedbaar. Ik verwijs naar de conclusie van A-G Wattel in V-N 2025/6.28, onderdeel 6.13, waarin hij over een aanslag zuiveringsheffing van € 58 stelt: “Het gaat om relatief kleine bedragen. Niet elk ergerlijk en gebrekkig onderbouwd overheidsbeleid is een mensenrechtenschending.” Ik sluit mij daar graag bij aan.
Informatiesoort: Uitvergroot
Rubriek: Belastingen van lagere overheden