X schakelt een gemachtigde, A, in om bezwaar te maken tegen de aan hem opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. In het bezwaar vermeldt A een e-mailadres en een postbusadres. Omdat de heffingsambtenaar geen uitspraak op het bezwaar doet, stelt A de heffingsambtenaar in gebreke en vermeldt daarbij weer het postbusadres. De heffingsambtenaar doet uitspraak op het bezwaar maar verstuurt de uitspraak niet naar het opgegeven postbusadres, maar naar het kantooradres. Na het beroep van A stuurt de heffingsambtenaar – per e-mail – een kopie van het bezwaar naar A. Rechtbank Gelderland verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat zij de verzending aannemelijk acht.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar niet op de voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt. Hij is daarom de maximale dwangsom verschuldigd. De heffingsambtenaar heeft de uitspraak namelijk verzonden naar het kantooradres in plaats van naar het door A opgegeven postbusadres. Het feit dat het door de heffingsambtenaar gebruikte adres het kantooradres van A is, is niet van belang. Ook is niet van belang dat de brief niet retour komt. Omdat A de uitspraak pas na meer dan 42 dagen na het verlopen van de beslistermijn heeft ontvangen, is de maximale dwangsom van € 1442 verschuldigd.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 3.40
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.19
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.20
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 3 september
Informatiesoort: VN Vandaag