De geheimhoudingskamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur zwartgelakte passages in douanecorrespondentie grotendeels geheim mag houden, maar wijst geheimhouding af voor het deel van een passage dat niet direct herleidbaar is naar de identiteit van de melder.

De inspecteur dient in de procedure tegen X BV een verweerschrift in met als bijlage 16 correspondentie van het Douane Landelijk Tactisch Centrum van 6 mei 2025. De inspecteur lakt in deze bijlage op pagina's 2, 3 en 4 meerdere passages zwart en verzoekt om geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb. Als gewichtige redenen voert hij aan dat de passages informatie bevatten die herleidbaar is naar een melder, contactgegevens van ambtenaren en derden en informatie over een specifieke controlestrategie. X BV gaat niet akkoord met de geheimhouding. In geschil is of de door de inspecteur aangevoerde redenen voor geheimhouding van zwartgelakte passages in douanecorrespondentie zwaarder wegen dan het belang van X BV bij onbeperkte kennisneming.

De geheimhoudingskamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat geheimhouding grotendeels gerechtvaardigd is. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens van de melder, ambtenaren en derden, alsmede het belang van een effectieve controlestrategie, weegt zwaarder dan het belang van X BV bij kennisneming. De geheimhoudingskamer wijst geheimhouding echter af voor een deel van de eerste zwartgelakte passage op pagina 2, omdat die informatie niet direct herleidbaar is naar de identiteit van de melder. Voor dat deel prevaleert het belang van X BV bij kennisneming. De inspecteur krijgt vier weken om de passage alsnog in te brengen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.29

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 1 september

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen