Hof Den Bosch oordeelt dat X is aan te merken als ingekomen werknemer. Daarbij is de reden waarom X naar Nederland is gekomen niet van belang. Van belang is of X ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst buiten Nederland woonde en tevens niet in Nederland werkzaam was.

De partner van X vlucht begin 2022 met hun kind vanuit de Oekraïne naar Nederland en trekt in bij familie. X komt rond 31 juli 2022 vanuit de Oekraïne naar Nederland en solliciteert op diverse functies. Op 31 augustus 2022 accepteert X het aanbod van A BV om per 18 oktober 2022 in dienst te treden. Tot die tijd verricht hij nog werkzaamheden voor zijn Oekraïense opdrachtgever. X en A BV verzoeken vervolgens om toepassing van de 30%-regeling. De inspecteur wijst het verzoek af omdat X in zijn ogen niet is aan te merken als ‘ingekomen werknemer’, omdat X niet omwille van de dienstbetrekking naar Nederland is gekomen.

Hof Den Bosch oordeelt dat X is aan te merken als ingekomen werknemer. Daarbij is de reden waarom X naar Nederland is gekomen niet van doorslaggevende betekenis. Van belang is of X ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst met A BV buiten Nederland woonde en tevens niet in Nederland werkzaam was. Het hof stelt vervolgens vast dat X op 31 augustus 2022 nog niet in Nederland woonde. Daarbij acht het hof van belang dat zijn kind op dat moment nog niet naar school ging in Nederland en dat zijn partner niet werkte in Nederland. Verder is nog van belang dat X ook solliciteerde naar banen in Canada en Duitsland, dat de inboedel van de woning in Oekraïne nog niet naar Nederland was overgebracht en dat het gezin niet over een eigen woning beschikte. Dat X werkzaamheden in Nederland uitvoerde voor een Oekraïense opdrachtgever is niet van belang omdat dit geschiedde vanwege omstandigheden die niets met zijn werk te maken hadden. X woonde en werkte volgens het hof op het moment dat hij de arbeidsovereenkomst aanging nog niet in Nederland. Het hof wijst het verzoek om toepassing van de 30%-regeling alsnog toe.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10E

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 10EA

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Loonbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 1 september

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen