X dient in 2018 een principeverzoek in voor het omzetten van zijn bedrijfswoning naar een plattelandswoning. De gemeente verleent principe-medewerking en stelt als voorwaarde dat het bestemmingsplan wordt aangepast. X verkrijgt een tijdelijke omgevingsvergunning van vier jaar. In 2022 stuurt een adviseur in ruimtelijke ordening namens X per e-mail een conceptbestemmingsplanwijziging aan zowel de dochter van X als de gemeentelijk adviseur. De heffingsambtenaar merkt deze e-mail aan als aanvraag en legt een aanslag leges op. Rechtbank Limburg verklaart het beroep van X ongegrond.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een aanvraag voor bestemmingsplanwijziging in iedere vorm kan plaatsvinden, mits het een zelfstandig stuk betreft en het voor het bestuursorgaan evident is dat sprake is van een aanvraag. Gezien de context van de voorafgaande correspondentie, waarin beide partijen weten dat een aanvraag tot bestemmingsplanwijziging wordt voorbereid, kwalificeert de e-mail als aanvraag. Het hof overweegt voorts dat een verschil in rechtsbescherming bestaat tussen bewoning op grond van overgangsrecht en bewoning via een bestemmingsplanwijziging. De situatie verschilt daarom van legesheffing voor een niet-vereiste vergunning. De gemeente neemt de aanvraag terecht in behandeling en heft terecht leges.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 1.3
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 1 september
Informatiesoort: VN Vandaag