Belanghebbende, X, is gedupeerde in de kinderopvangtoeslagaffaire en heeft in dat kader een herstelbetaling ontvangen van minimaal € 30.000. X had een eenmanszaak en over de jaren 2016 t/m 2018 zijn aan hem naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. De ontvanger verleent bij beschikking kwijtschelding voor deze aanslagen. X gaat tegen die kwijtscheldingsbeschikking in beroep.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X in een procedure tegen een kwijtscheldingsbesluit niet kan opkomen tegen de onderliggende naheffingsaanslagen die al volledig zijn kwijtgescholden. X is het ermee eens dat de belastingschulden zijn kwijtgescholden, maar stelt dat de naheffingsaanslagen – en daardoor de belastingschulden – niet tot de juiste hoogte zijn vastgesteld. De rechtbank legt uit dat X bezwaar had kunnen maken tegen de naheffingsaanslagen, maar dat die inmiddels vaststaan en vervolgens integraal zijn kwijtgescholden. Ter zitting heeft X erkend dat de ontvanger niet meer had kunnen doen dan de bedragen van de aanslagen kwijt te schelden. Dat X het niet eens is met de hoogte van de kwijtgescholden bedragen, baat hem niet: de integraal vaststaande schulden zijn immers kwijtgescholden. Het beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Invorderingswet 1990 artikel 26A
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Invordering
Editie: 1 september
Informatiesoort: VN Vandaag