X ontvangt een naheffingsaanslag parkeerbelasting voor het parkeren op 18 april 2024 zonder betaling van parkeerbelasting. X heeft zijn MijnOverheid-account met notificatiefunctie geactiveerd. De invorderingsambtenaar plaatst de naheffingsaanslag op 22 april 2024 in de berichtenbox. Uit gegevens van Logius blijkt dat op 23 april 2024 een notificatie is uitgegaan en X het bericht op 24 april 2024 heeft geopend. X betaalt niet, waarna de invorderingsambtenaar op 12 juni 2024 € 9 aanmaningskosten in rekening brengt. X maakt bezwaar. De invorderingsambtenaar verklaart het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep is in geschil of de invorderingsambtenaar terecht aanmaningskosten in rekening heeft gebracht, gelet op de bekendmaking van de naheffingsaanslag parkeerbelasting via de berichtenbox MijnOverheid.
Hof Amsterdam oordeelt dat de invorderingsambtenaar met de Logius-gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat de naheffingsaanslag door plaatsing in de berichtenbox MijnOverheid aan X bekend is gemaakt en dat X daarvan twee dagen later kennis heeft genomen. Onder verwijzing naar HR 1 mei 2026 (ECLI:NL:HR:2026:734), V-N 2026/20.12, stelt het hof vast dat verzending en ontvangst van een notificatiebericht geen vereisten zijn voor bekendmaking. De omstandigheid dat het e-mailadres waarnaar de notificatie is uitgegaan niet uit de gegevens blijkt, acht het hof niet relevant nu X feitelijk van de naheffingsaanslag heeft kennisgenomen. De aanmaningskosten zijn terecht in rekening gebracht.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.113
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Invordering, Belastingen van lagere overheden
Editie: 1 september
Informatiesoort: VN Vandaag